grubben, graften en holle wegen zijn landschapselementen en bepalen onze omgeving. Ze kleden als het ware onze omgeving aan. Dit geheel past in een heuvelachtig landschap, dat mede door toedoen van de mens is ontstaan. Samen noemt men het ook wel Bocagelandschap. Het is een landschapstype met veel variatie.
De aantrekkelijkheid van een bocagelandschap kan je het best vanaf een hoog punt in het landschap bekijken. De vlakverdeling van percelen landbouwgrond omzoomd met bermen, hagen en afgewisseld met stroken bos. De vallei met een slingerende beek erdoor, de hellingen met weidegrond en bosrand. Deze entourage is perfect voor heerlijke wandelingen. In de dorpen vindt men een gezellig café om even bij te komen. Gelukkig bevalt het tegenwoordig steeds meer om de hoogstamboomgaarden weer terug te laten komen, poelen worden weer aangelegd en ook hagen worden weer aangeplant. Voor de mens is een afwisselend landschap veel aantrekkelijker om in te wonen en om zijn vrije tijd door te brengen.
De graften ontstonden doordat
de boeren stroken bos lieten
staan, dwars op de helling waarboven de ontginning plaats vond. Aan de
onderkant langs de graft werd de grond weggespoeld door uitholling. Aan
de bovenkant werd daarentegen grond aangespoeld omdat de
wortels de bodem vasthielden. Zo ontstonden trapvormige terrassen.
De holle wegen hebben een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. De geulen die vanaf het plateau het water naar onderen afvoerden werden door de bevolking gebruikt als snelle verbindingswegen. Doordat met paard en wagen alles omgewoeld werd, had de natuur vrij spel om de weg uit te hollen. Zo werden sommige holle wegen meters diep uitgesleten. De begroeiing bestond uit grassen, kaphout en struikgewas. Het beheer was hetzelfde als bij de hellingbossen. Men liet hier en daar een boom staan, de overstaander. De rest werd gebruikt als geriefhout.
Een grub is ook een holle weg, maar dan ontstaan door uitschuring en terugtrekking van landijs.