Ouderliefde bij dieren. Een stukje uit vervlogen tijden

Het zien van een aantal van 15 stuks patrijzen afgelopen najaar, was de reden om dit interessante stukje (ingekort) te publiceren.

De fazantenhen is een slechte moeder. Hoe geheel anders ligt het geval bij de patrijzen; een patrijshen, ook al wordt ze enkele malen gestoord, zal spoedig weer het nest opzoeken en verder broeden. Zijn de jongen eenmaal uitgeloopen, dan is er misschien geen enkele vogel, die zoo in de verzorging van haar kroost opgaat als de patrijshen, daarin trouw bijgestaan door het haantje. Het is treffend te zien hoe zij bij dreigend gevaar haar jongen weet te verbergen en te verdedigen.
Schuilend achter een begroeiden wal voor een hevige slagbui, bemerkte ik plotseling voor mijn voeten twee patrijzen, die breeduit naast elkaar zaten gedrukt. Vermoedende met een krooi jongen te doen te hebben, deed ik een paar passen terug om hen niet te verontrusten; het haantje vloog daarop een tiental passen weg en streek toen in de duindorens; de hen echter vloog mij woedend aan, tot aan mijn middel, terwijl de jongen, die misschien een paar dagen oud konden zijn, razend snel tussen de dorens wegrenden en zich bij het haantje voegden, dat hen aanlokte. Het hennetje vloog hen een eindje achterna en stelde zich toen als razend aan, wierp zich op haar zijde, klapwiekte heftig met een vleugel, draaide in het rond en vloog tenslotte tegen mij op, waarbij zij door het opsteken der veeren wel tweemaal zoo groot leek als normaal.
Snel trok ik mij terug, teneinde hun de gelegenheid te geven te kalmeeren en weer bij elkaar te voegen. Ongeveer vijftig meter verder, terwijl ik over het voorval met genoegen liep te denken, voelde ik plotseling een klap tegen mijn been. De hen viel mij nogmaals aan, sloeg als dol met de wieken, rolde zich om en om en trachtte klaarblijkelijk mijn aandacht van de jongen af te leiden.
Dikwijls heb ik dezelfde manoeuvre bij talingen gezien.
Kort daarop stootte ik op een tweeden koppel, waarvan zoowel hennetje als haantje zich over den grond rolden en om en om wierpen. Deze patrijzen vielen mij niet aan, maar trachtten ieder voor zich mijn aandacht op hen te vestigen en van den jongen af te leiden; de hen liep tenslotte voor mij uit, bleef na een tiental meters zitten en begon dan weer te klapwieken, om mij bij zich en bij de jongen vandaan te lokken. Ik voldeed aan dit verlangen en liep op haar toe, waarop hetzelfde spelletje weer begon. Na eenige herhalingen van dit grappige gedrag vloog zij eindelijk op en streek weg in de richting van haar kroost en gemaal. Wel een buitengewoon staaltje van moed en ouderliefde, die ik bij ander wild nooit in die mate heb waargenomen.
Uit: De Nederlandsche Jager mei 1944

Meer over patrijzen en hun gedrag in het heden op natuurenbeheer.nl onder kopje: vogels patrijs

Dit bericht is geplaatst op Saturday, February 4th, 2012 om 19:18 onder Oud. Ontvang updates via de RSS 2.0 feed. Laat hier beneden een reactie achter.

Plaats een reactie